Dekolonisatie; daar moeten we allemaal onze stinkende best voor durven doen

Door Marvin Hokstam (voor het Tijdschrift voor Herstelrecht)

Om dekolonisatie goed doen, moet je als dekolonisator terug naar de basis om daar te corrigeren wat lang geleden misging. Onderwijs is daar de belangrijkste tool voor. Als Nederland niet nu kinderen onderwijst dat er dingen vroeger verkeerd gingen, waarom zouden zij het dan beter doen? Dekoloniseren doe je immers nu voor de toekomst.

Maar als je bij het begin begint loop je al meteen tegen iets opmerkelijks aan. Google eens wat “dekolonisatie” betekent en Wikipedia zal je vertellen dat dit het “proces betreft waarbij kolonies tot zelfbestuur komen.” Zelfs onze meest belangrijke informatiebron spreekt pas wanneer je doorleest ook van “een veranderingsproces van een maatschappij waarbij koloniale denkpatronen worden teruggedrongen.” Maar dat heet dan weer “culturele dekolonisatie”. In de aanzet al zijn we niet duidelijk over wat het is dat we eigenlijk willen; alsof we het niet eens zijn met onszelf.

Het dansje

En daar ligt het punt. Als iedereen in Nederland niet bereid is om zijn stinkende best te doen voor dekolonisatie, gaan we er niet komen. Het vereist toewijding, daadkracht, je niet bekommeren om wat mensen vinden die hun been stijf houden tegen de nieuwe weg naar beter.

In een populair filmpje op YouTube over leiderschap, staat een jongeman een gek dansje te doen terwijl er een leuk liedje dreunt in een park. Totaal onbekommerd om wie toekijkt, fladdert hij rond met zijn armen en zijn benen lijken wel rubber. En dat gekke dansje doet hij wel vijf minuten lang in z’n eentje, totdat een andere gast zich koprollend bij hem voegt. En samen gaan ze los! Dan komen er nog twee bij, dan nog drie, dan nog vijf en een kwartier later doet een ieder mee met dat dansje dat die ene vent in zijn eentje was gestart. Eén daadkrachtige persoon kan een hele beweging op gang krijgen.

Het ding is dat we allemaal de zittende menigte zijn die stil toekeek terwijl die eerste vent zijn nieuwe movement aan het starten was, aarzelend over of we mee moeten doen. Dekolonisatie is die nieuwe movement, maar we missen met z’n allen de daadkracht van die vent met z’n fladderarmpjes en rubberbeentjes; we missen zijn toewijding, zijn onbekommerdheid. , de nieuwe weg naar beter in.

Halfslachtig

Er zijn talloze voorbeelden die deze metafoor staven.

Bijvoorbeeld dat het Amsterdam Museum in 2019 aankondigde de term “de Gouden Eeuw” niet langer te gebruiken. Het Museum schreef over het besluit: “De term negeert de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel.”

Premier Mark Rutte snapte het niet: “Wat een onzin is dit, daar kan ik helemaal niks mee. Ik blijf de “Gouden Eeuw” gebruiken, dat is een prachtige term.” Niks vreemds aan: onze politieke leider snapte ook de commotie rond Zwarte Piet niet. Turken moesten van hem oprotten en excuses voor slavernij zouden voor polarisatie zorgen.

Dat er weinig respons kwam op de actie van het Museum, is volgens journalist Heleen Debeuckelaer van De Correspondent omdat “het Amsterdam museum niemand anders opriep om ook de term ‘Gouden Eeuw’ te schrappen.” En je kan bij die redenering bijna haar ogen zien rollen.

Ze heeft gelijk. Is er bij pogingen tot dekolonisatie genoeg daadkracht te zien zodat anderen het goede voorbeeld gaan volgen? Bijvoorbeeld toen andere musea het tergende N-woord in de ban deden dat de Nederlandse taal reserveert voor mensen van Afrikaanse afkomst. Of toen de overheid zei dat ze ging stoppen met het gebruik van de woorden ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ omdat “het woordgebruik te stigmatiserend is voor specifieke bevolkingsgroepen”. Of toen de politie zei dat zwarte Piet niet langer welkom was op haar feestjes. Geen van deze organisaties deed veel meer dan het minimale om anderen ook hun goede voorbeelden te doen volgen. Het leken daardoor flinterdunne pogingen en het effect bleef oppervlakkig.

Dekolonisatie (of culturele dekolonisatie) doe je niet halfslachtig. Je moet er je stinkende best voor willen doen.

Kan je je die foto nog herinneren van dat jongetje op zijn vaders schouders tijdens een antiracisme demonstratie bij een zwarte Piet intocht, pikzwartgeschminkt met zijn middelvinger onbevreesd in de lucht naar antiracisme demonstranten?

Niemand die hem leerde wat je bent als je tegen antiracisme bent?

Daar ligt een taak voor het onderwijs. In alle inzet om de wereld als een betere plek achter te laten, is niks zo belangrijk als kinderen onderwijs bieden dat hen raakt.

Het onderwijs hoort op te voeden, maar door de Eurocentrische dominantie is het eeuwenlang misbruikt om mensen op te zadelen met een vertekend beeld van zichzelf en andere mensen.

Er zijn enkele cosmetische aanpassingen doorgevoerd de afgelopen jaren, maar leerlingen leren nog steeds dat Michiel de Ruyter de grootste zeeheld van zijn tijd was. Bij slavenhandel, slavernij en kolonisatie wordt niet lang stilgestaan en termen als ‘ontdekkingsreizen’ en ja ‘Gouden Eeuw’ komen nog steeds voor in het curriculum. Nergens komt in curricula voor dat leerlingen moeten leren waarom het N-woord en de termen ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ niet horen. Waarom Zwarte Piet racisme is. Ook kinderen van Kleur leren dit niet. Op deze manier wordt dekolonisatie een wassen neus, met een vlammetje.

Dekolonisatie doe je door alle lagen van de gemeenschap heen, in alle sectoren, wil je hem echt doortastend hebben. Het koloniale gedachtegoed is zodanig ingebed in de DNA van de samenleving, dat het ongemerkt een deel uitmaakt van alles dat iedereen doet. De vooruitgang zit hem in de kleine details al, zoals door dit hete artikel heen zwarte Piet met kleine letter ‘z’ te schrijven omdat je een belediging niet de voldoening geeft van een hoofdletter. Laat taal die mag worden achtergelaten in het verleden ook daar. Stop met die automatische terughoudendheid jegens mensen uit andere bevolkingsgroepen. Stoppen met het bagatelliseren van voor jou onbekende wereldbeelden, opent je tot een ton aan nieuwe inzichten.

Dat zijn allemaal restanten van koloniale tendensen, waarin een groep zich verheven waande ten opzichte van de rest. Waarin een groep ruimte domineerde die eigenlijk van iedereen is.

Dekoloniseren is die onrechtmatig ingenomen ruimtes ontruimen en weer plaats maken zodat “ontheemden” zich kunnen herstellen. Dekoloniseren is zelfs, waar nodig dat herstel aanmoedigen en ondersteunen. Het gaat immers om het bewerkstelligen van gelijkheid.

Gedekoloniseerde scholen

Voor een grondige dekolonisatie moeten we terug naar het begin. Naar waar Nederland mensen opvoedt, en daar betere, gedekoloniseerde burgers gaan afleveren. Naar de fundering van het onderwijs.

Niet alleen hier en daar een nieuwe les toevoegen aan de overmatige kennisoverdracht vanuit het perspectief van de kolonisator, maar ook gewoon durven om geheel nieuw onderwijs te bieden, dat voor balans moet gaan zorgen. Dat gaat zorgen voor mensen die niet alleen kijken waar andere mensen in verschillen, maar die besef van rijkdom aan diversiteit in de schoolbanken meekrijgen. Die tegelijkertijd ook leren dat hun anders-zijn juist hun kracht is en hen niet minder maakt, zoals gebeurt wanneer je telkens maar leert dat slavendrijvers heldhaftige zeehelden waren, en jouw voorouders zielige, ondankbare schelmen omdat ze het ondoordringbare mysterie van de bossen van Suriname prefereerden boven de koloniale gedachte van iemands eigendom zijn in “de weelde” van de slavernij.

Verhalen zat van kinderen van kleur die zich niet herkennen in het schoolsysteem, die zich niet gezien voelen door hun docenten en daardoor beneden hun niveau presteren. Een ieder weet dat kinderen van Kleur vaak bewust een veel te laag schooladvies krijgen. Die banjeren dan hun hele schoolcarrière lang gedesillusioneerd en gefrustreerd rond op scholen die niet bij hen passen, om uiteindelijk de verkeerde eindstreep te behalen – of hem helemaal niet te behalen, uitgespuugd door het onderwijs naar een leven van middelmatigheid en de daarbij horende depressie. Wanneer de potentie van een kind niet ontsloten wordt, leidt iedereen verlies.

Het kan anders.

In die ‘stinkende best’ die we met z’n allen moeten doen voor dekolonisatie, zou Nederland moeten durven nieuwe scholen op te richten, waarin ook wordt onderwezen vanuit het perspectief van de voormalig gekoloniseerden. Dat is onrechtmatig ingenomen ruimte ontruimen en ontheemden in staat stellen en hen ondersteunen zodat zij zich herstellen. Gedekoloniseerde scholen.

Dat is het nieuwe dansje uit de hiervoor verwoorde metafoor. Niks mis mee; het is alleen maar nieuw. Aan nieuwe dingen moet je durven wennen.

Artikel 23

Het deuntje voor het dansje is er al. In 2021 werd Artikel 23 van de Grondwet aangepast zodat iedere burger vrij is om zelf een school te starten, vrij om voor die school een godsdienstig of levensbeschouwelijk uitgangspunt te kiezen en vrij om die school te organiseren zoals hij wenst.

Dit schept voor de Afro-gemeenschap de mogelijkheid om haar eigen gedekoloniseerde scholen op te richten zodat de specifieke identiteit van hun kinderen gevormd wordt zoals zij het willen, vanuit hun levensbeschouwelijke uitgangspunt dat hoort bij hun cultuur. Door docenten die de cultuur kennen, waarderen en kunnen inzetten om de kinderen ook echt te zien. Die hun potentie kunnen ontsluiten. Een school waar anderen ook kunnen leren vanuit het perspectief van de Afro-gemeenschap, zoals iedereen nu leert vanuit een Eurocentrisch perspectief.

Het is ook belangrijk om te begrijpen dat onderwijs in hoge mate gaat over het creëren van de sfeer van een ‘safe space’, waar mensen worden geïnspireerd door leraren die hen zien, respecteren en aanmoedigen om hun volledige potentieel te ontsluiten. Met docenten die zichzelf herkennen in al hun leerlingen.

Niks mis mee, het is niks geen segregatie zoals de gemeente Amsterdam in 2021 zei over een initiatief voor een soortgelijke school.

“Dat kan leiden tot ‘meer eenzijdig samengestelde leerlingenpopulatie’ en dus meer segregatie,” schreef wethouder Marjolein Moorman in een negatief advies naar de toenmalige onderwijsminister Arie Slob. Met een tenenkrommend neerbuigende toevoeging: “Mogelijk verwerft het initiatief niet voldoende ouderverklaringen om een brede school met mavo, havo en vwo te kunnen starten.” Een stereotyperende insinuatie dat er in de Afro-gemeenschap niet genoeg kinderen zijn die mavo, havo, en vwo-niveau aankunnen … onderadvisering van een hele gemeenschap, door de gemeente Amsterdam.

Zucht.

Er is een groot verschil tussen segregatie en identiteitsbesef kweken in de veiligheid van je eigen gemeenschap. Ver weg van dominantie door anderen.

Jongeren vanuit je eigen gedachtegoed leren over zichzelf en anderen leidt slechts tot individuen met een sterker gevoel van identiteit en wellicht een beter gevoel voor diversiteit. Beter in zichzelf verankerde mensen die andere mensen op waarde leren schatten, presteren beter. Het is niks nieuws. Andere etnische gemeenschappen gingen de Afro-gemeenschap hierin al voor.

Het succes van de scholen in die andere gemeenschappen die de Afro-gemeenschap hierin voorgingen, mag als voorbeeld dienen. In 2019 rapporteerde DUO bijvoorbeeld dat het aantal leerlingen op islamitische basisscholen in de afgelopen tien jaar met ruim 60 procent is toegenomen. Daarnaast scoorden studenten al vijf jaar op rij het beste op de Cito-toets. Het Islamitisch basisonderwijs telde in 2008 nog 9.324 leerlingen, in 2018 zijn dit er 15.078. Het aantal leerlingen op protestantse en rooms-katholieke scholen bleef gelijk.

Marietje Beemsterboer, onderzoeker Islamitisch basisonderwijs aan de Universiteit Leiden, zegt dat “het belangrijkste verschil met andere scholen in Nederland is het gevoel van geborgenheid … . Ondanks de enorme diversiteit binnen de schoolpopulatie delen studenten een islamitische achtergrond en is het onderwijs specifiek daarop gericht. Ouders en leerlingen voelen zich gezien en serieus genomen binnen de context van de scholen. Ik zag tijdens mijn onderzoek verschillende islamitische basisscholen die vanuit de geborgenheid die de islamitische basisschool biedt, bewust gevoelige onderwerpen bespreekbaar maken in de klas.”

Het tegenargument wanneer dit als voorbeeld van succes wordt genoemd? “Maar dat zijn scholen die zijn gestoeld op het Islamgeloof. Mensen van Afrikaanse afkomst hebben niet allemaal hetzelfde geloof.” En daar is de juiste interpretatie van Artikel 23 van de Grondwet belangrijk:

iedere burger is vrij om zelf een school te starten, vrij om voor die school … een eigen levensbeschouwelijk uitgangspunt te kiezen.”

Voor mensen van Afrikaanse afkomst is hun afkomst al een levensbeschouwelijk uitgangspunt.

De juiste interpretatie van Artikel 23 zegt in feite dat de wetgevende macht al zijn stinkende best deed om daadwerkelijke dekolonisatie vanuit de basis mogelijk te maken. En om herstel te bewerkstelligen.

De gemeente Amsterdam die een plan voor een gedekoloniseerde school een negatief advies gaf, zit in feite herstelrecht in de weg, door alleen vanuit het perspectief van de voormalige kolonisator te redeneren, dat vasthoudt aan een achterhaalde zienswijze. Redeneer eens ook vanuit het perspectief van de voormalig gekoloniseerde; die reageerde in tegenstelling tot de gemeente wel enthousiast op het plan voor een gedekoloniseerde school. Want zij weten wat de rapporten allemaal zeggen: hun kinderen doen het op mainstream scholen aanzienlijk slechter in het hoger onderwijs dan hun witte medestudenten. En het ligt niet aan hen, maar aan de leeromgeving.

Safe Spaces

Een voorbeeld: in augustus 2022 rapporteerde het Caribisch Netwerk dat meer dan de helft van de Caribisch Nederlandse jongeren die vanuit de eilanden in Nederland komen studeren, hun studie niet afronden. Daardoor bouwen zij hoge studieschuld op. Daarnaast weten deze studenten de weg in het Nederlandse systeem niet altijd goed te vinden, wat kan leiden tot schrijnende situaties zoals (dreigende) dakloosheid. Het werd allemaal gestaafd in een verslag van De Nationale Ombudsman.

TU-alumna Nadège Heyligar vertelde aan het Journalistieke Platform van haar voormalige universiteit dat ze “echt een culture shock” ervaarde toen ze aankwam uit Curaçao. “Dat zat in kleine dingen als: afspoelen en afwassen in hetzelfde teiltje water tot het omgaan met medestudenten die heel anders zijn dan jij. Je krijgt te maken met vooroordelen, over en weer.” En dan de kou. “De koude en donkere dagen hadden een negatief effect op mijn mentale welzijn. Caribische studenten staan onder grote druk. Ze zijn alleen in een ander land, ervaren financiële stress, kampen met torenhoge verwachtingen en missen hun familie. Met de taal of het openen van een bankrekening kun je studenten helpen, maar wat doe je als iemand heimwee heeft? Mijn studieadviseur kon me niet helpen, kon zich niet inleven in mijn problemen.” Het is die geborgenheid waar onderzoeker Marietje Beemsterboer het ook over heeft.

Dekolonisatie zit hem in voormalig gedekoloniseerde gemeenschappen in staat stellen om zelf onderwijs en opvoeding in te richten, waarin zij hun kinderen die hoognodige geborgenheid vanuit hun cultuur kunnen bieden. Herstel doe je rigoreus, niet halfslachtig en cosmetisch. Schep ruimte waar er in het verleden tijdens kolonialistisch expansionisme te veel ruimte ingenomen is.

Ondersteun de afro-gemeenschap om safe spaces te creëren, waarin mensen worden geïnspireerd door docenten die hen zien, en hen aanmoedigen om het beste uit zichzelf te halen, omdat zij zich in hen herkennen.

Mensen die worden begeleid in een veilige, inspirerende omgeving, lopen niet tegen de problemen aan die de Caribische studenten meemaken. De problemen die veel Afro-Nederlandse jongeren op school meemaken, waardoor ze letterlijk worden opgeleid om te falen.

De huidige aanpak laat veel potentie liggen. Overweeg eens; al die Zwarte mensen die aan de basis hebben gestaan van populaire cultuurstromingen van de afgelopen eeuw … stel je eens voor dat zij geen barrières te overwinnen hadden. Stel je eens voor dat zij in een safe space opgeleid werden door mensen die hen zagen, respecteerden en inspireerden tot nog meer moois?

De Amerikaanse filosoof Michael Merry van de Universiteit van Amsterdam zegt het mooi in het Belgische blad KNACK: “Kinderen hebben rolmodellen nodig, zeker als ze tot een gestigmatiseerde minderheid behoren. Ze herkennen zich in leraren met wie ze hun etnische, religieuze of sociale achtergrond –en bijgevolg ook persoonlijke ervaringen– delen. Ook inhoudelijk zijn er discriminerende mechanismen. De lessen geschiedenis staan bijvoorbeeld bol van de culturele stereotypen. Bijdragen van minderheden aan ‘onze’ maatschappij? Daar wordt met geen woord over gerept. De boodschap is helder: ‘Jullie horen er niet bij.

En hij vervolgt: “Kinderen zijn beter af in een omgeving waar hun cultuur en achtergrond niet worden geminacht. Waar ze zonder complexen hun religie kunnen beleven. Waar ze zich kleden zoals ze dat zelf willen. En waar niemand hen bestraffend toespreekt als ze op de speelplaats hun thuistaal spreken. Alle kinderenmoeten de kans krijgen om een positief zelfbeeld te ontwikkelen: dat is een absolute noodzaak om zich later als volwaardige burgers te ontpoppen. Als daarvoor onderwijs in aparte gekleurde scholen nodig is, dan is dat maar zo.”

Hij sluit het interview knallend af. “De meeste van mijn collega’s zitten op een totaal andere golflengte. Als buitenlander snap je er niets van, hoor ik ze denken. Terwijl het natuurlijk evengoed kan liggen aan de oogkleppen die zij als vertegenwoordigers van de dominante witte meerderheid dragen.”

Gelijk heeft hij, want het zou allemaal heel simpel moeten zijn eigenlijk. Maar waarom leidt het toch tot verzet? Eén zienswijze van de Kameroense onderzoeker Joseph-Achille Mbembe over waarom Afrocentrische overwegingen niet worden meegerekend in het debat over kwesties die mensen van Afrikaanse afkomst aangaan, geeft misschien inzicht. “Het academische en populaire discours over Afrika raakt verstrikt in verschillende clichés die verband houden met westerse fantasieën en angsten.”

Net zoals de ongefundeerde vrees van de Amsterdamse Wethouder Moorman dat een dergelijke school “kan leiden tot ‘meer eenzijdig samengestelde leerlingenpopulatie’ en dus meer segregatie”; En de vrees van Premier Rutte dat excuses voor slavernij zouden leiden tot polarisatie.

Dat is dekolonisatie willen uitvoeren vanuit het perspectief van elementen in de gemeenschap die zich tegen dekolonisatie verzetten. Het is hetzelfde als de overweging dat Nederland geleidelijk aan afscheid moest nemen van zwarte Piet zodat een moeilijk gesprek over racisme kon worden voorkomen, waarbij er volledig aan wordt voorbijgegaan dat het gaat om het afscheid nemen van racisme.

Inktvlek

Het is eigenlijk simpel. Als je per ongeluk een gat graaft in de tuin van je buren, zeg je sorry, je vult het gat weer op en iedereen kan doorgaan met zijn leven. En je stopt met gaten graven in de tuin van je buren. Wat je niet doet is het gat nog dieper maken.

We kunnen samen nu gedekoloniseerde burgers van morgen opvoeden.

Het zal in een generatie of twee het resultaat hebben van een spreidende inktvlek, net een eenzame vent met een gek dansje die een heel park meekrijgt.

Maar we moeten er allemaal onze stinkende best voor willen doen. Ons nu inzetten om voor de volgende generaties de wereld als een betere plek achter te laten dan hoe we hem aantroffen.

Dekolonisatie doe je immers nu, voor de toekomst. Maar dat zei ik al.

Marvin Hokstam is oprichter en hoofdredacteur van AFRO Magazine, educator en habituele dingen-op-hun-kop gooier.