Shanghai

In Shanghai had ik een goedkoop maar perfect hotelletje gevonden; echt perfect man! Iedere dag sloop er iemand mijn kamer in en die ging mijn kleren wassen; wanneer ik terugkwam waren mijn sokken en mijn ondergoed schoon en allemaal netjes verpakt in plastic zakjes. Ik heb die sneaky waskabouter een keer gezien; klein mannetje. Ik wilde hem een tip geven, maar hij weigerde, bangerig. Het mocht niet!
Maar het hotel was ergens in een woonwijk, op een half uurtje rijden van het centrum. Het was zo’n plek waar ze nog nooit zwarte mensen hadden gezien. Iedere ochtend als ik de straat opging om een taxi te pakken naar de stad, zorgde ik voor een verkeersopstopping. Het hotel was op de hoek van een straat en fietsers, die hun ogen pierden wanneer ze me zagen, knalden tegen de fietser voor hen aan die bij het rode licht gestopt waren. Dus ik bleef zo lang mogelijk daar staan, drie keer rood licht tenminste. Het was hilarisch.
Anyway
Ik was dus daar in opdracht van Special Olympics, en hun werknemers hadden me twee kaartjes gegeven die ik aan de taxi chauffeur moest geven om hem te kunnen zeggen waar ik naartoe moest. Als ik van het hotel naar het Olympisch Stadion moest, moest ik hem het kaartje geven met “Stadion” in het Chinees; als ik naar het hotel moest ik hem het kaartje geven met “hotel”, in het Chinees, met het adres eronder, in het Chinees.
Waterdicht plan, toch? Eh, nee!
De eerste ochtend dat ik er was, liep ik naar buiten, keek even toe hoe de fietsers tegen elkaar aan knalden, lachtte er net onder mijn oppervlak keihard om en toen stapte ik in een taxi. Ik gaf de chauffeur parmantig dat ene kaartje en zei totaal onnodig tegen hem in het Engels “Take me to the Olympic Stadium please!”
Hij keek naar het kaartje en zei iets in het Chinees, korte woorden takk takk takk. Je weet, wanneer je een taal en een cultuur niet kent, dan klinkt die taal soms anders dan de persoon bedoelt. Ik vond hem meteen boos klinken, want hij gesticuleerde bij die korte woordjes.
Dus ik wees naar het kaartje en knorde “take me there!” Hij gesticuleerde nog wilder. Dus ik zei het nogmaals, ditmaal nog geïrriteerder. En dat deden hij en ik zeker nog een minuut langer. “TAKE ME TO THE FUCKING STADIUM!” En hij gilde dan terug naar me. Met korte armbewegingen en vingers die naar mij en naar buiten de auto wezen. Ik dacht ‘deze asshole wil me niet in z’n auto hebben!”
Dus ik zei hem toen maar dat hij kinderen met zichzelf mocht gaan verwekken en stapte weer uit de taxi. Liep het hotel weer binnen. Ik was zo boos dat ik niet keek of fietsers weer tegen elkaar aan knalden.
Ik zei toen aan de receptionist dat die taxichauffeur kennelijk een asshole en een racist was, want hij weigerde me te brengen waar ik naartoe moest. Of hij misschien voor me kon komen vertalen buiten, want ik wilde niet te laat aankomen.
De receptionist vroeg me eerst -in het Engels- om hem het kaartje te laten zien dat ik aan de taxichauffeur getoond had. Hij had waarschijnlijk wel eerder met dit bijltje gehakt.
Dus ik gaf hem het kaartje en ik hoorde zijn ogen rollen. “Sir, you gave him the card that said “hotel” with our address under it.”
Dus al die tijd dat die chauffeur en ik naar elkaar aan het gillen waren, was hij me dus aan het zeggen “JE BENT AL HIER!” In het Chinees.
Daarom wees hij naar buiten, naar het hotel.
Ik denk dat hij me daarna een stommerik noemde, in het Chinees.
Wist ik veel. Ik spreek geen Chinees!
De receptionist keek me aan met droge ogen die me een idioot noemden. Maar hij bleef vriendelijk. Glimlachte met z’n tanden, maar z’n ogen vonden me niet slim. Ik schaamde me een beetje. Net als die fietsers wanneer ze tegen elkaar waren aangeknald. Die wisten dan ook niet wat ze met hun ogen moesten, dus ze keken verlegen weg wanneer ze zagen dat ik met een smirk op mijn gezicht had staan toekijken.
De receptionist schreef toen op het kaartje voor Olympic Stadium, de woordjes “Olympic Stadium” in het Engels. En op het kaartje voor het hotel schreef hij “hotel”. Zodat ik wist welk kaartje welk kaartje was.
Hij had al eerder met dat bijltje gehakt.