“Schaken, niet dammen op een schaakbord pap!”

Iedereen had gegeten en we waren in de fase beland waarin iedereen z’n mars vol was en je eigenlijk naar huis wil maar toch blijft hangen om onder het genot van dessert, met koetjes en kalfjes stokoude koeien uit de sloot te halen. Gezellig.

Die 15-jarige wiens hersenen altijd op volle toeren draaien en die dan  op de proppen komt met diepzinnige observaties als , zat zich ook te vervelen en besloot dat moment met mij te delen.

Wist je dat je haar dood, dat duiven veel meer achter zich zien dan voor zich, dat de mist op owru yari veroorzaakt was door het overdadige vuurwerk en dat spinnen geen spieren hebben in hun benen?”

Hij tikte op de tafel om m’n aandacht te trekken.

Toen deed hij alsof hij een denkbeeldig schaakstuk van een bord pakte en ergens anders neerzette. “Pap! Jij bent aan zet!”

Ik besloot maar mee te spelen met het schaakspel dat hij ergens diep in dat mooie vermoeiende brein van ‘m was gestart.

Ik pakte met een heleboel fanfare langzaam een onzichtbare damschijf van het bord, ging ermee over een andere heen en zette hem weer neer. Ik bleef hem aankijken terwijl ik de verslagen air-schijf van het spookbord pikte en op de rand neerlegde.

Een grote grijns vormde zich op dat knappe gezicht dat ook mijn trekken heeft. Hij schudde z’n hoofd. “Je gaat verliezen,” kwam er uit dat prachtige gebit. “Dat zeg jij zelf toch? Niet dammen op een schaakbord!?”

En ik altijd denken dat deze knul niet luistert wanneer hij zijn headset opheeft en ik aan de telefoon in een heleboel Hollands aan iemand zit uit te leggen dat “we” de game altijd zullen verliezen zolang we het verkeerde spel blijven spelen.

Schaken, niet dammen op een schaakbord pap!”

We moesten toen om onszelf lachen en wij waren de twee enigen aan tafel die de mop hadden zien gebeuren. ‘T was ons moment.