Broodje kerrie kip
Ik kan me de dag herinneren vorig jaar dat ik voor het eerst een broodje haalde bij die broodjeszaak in Venserpolder. Het was een broodje kerrie kip.
Oehh, zo lekker! Alsof kleine lieve Engeltjes op m’n tong plasten terwijl ze mijn oorlel streelden. Alsof de hemel opengerukt was en vloeibare chocola met nootjes en gedroogd fruit mijn mond in stroomde. Net de beste seks ooit, maar dan beter. Ik was instant verslaafd!
Iedere keer als ik de gelegenheid had liep ik ernaartoe en het was altijd een vertroeteling van mijn gehemelte en iedere andere plek in mijn lichaam die bewust was van wat “lekker” is.
Telkens als iemand die richting opging, ging ik bedelen dat zij even langswipten bij mijn nieuwe favoriete eetplek en een broodje voor me kochten.
“I’ll suck your dick,” grijnsde ik verzoekend naar mijn stagiaire om een broodje voor me te halen.
De vrees dat ik het die dag niet ging krijgen maakte dat ik ongecontroleerd ging krabben achter mijn oor.
De stagiaire snapte de referentie niet, maar ik denk dat ik serieus was. Zo erg was ik verknocht aan die broodcrack die ze daar in Venserpolder verkochten.
En ik heb een paar broodjunkies aangeleverd. Ik keek vergenoegd toe vorige week toen ik broodjes had gehaald voor mijn collega’s en zij voor het eerst meemaakten hoe het voelt wanneer kleine lieve Engeltjes op je tong plassen en de hemel opengerukt was en vloeibare chocola met nootjes en gedroogd fruit je mond in stroomt. Net de beste seks ooit, maar dan beter.
Mijn collega’s waren instant verslaafd!
Ik zou afgelopen zaterdag nog meer slachtoffers maken voor de broodjeszaak. Meer dan 30! We hadden een team meeting, dus vrijdag toog ik naar Venserpolder en verontschuldigde me naar die lange rij broodjunkies die zich om 11u al had gevormd bij de ingang.
“Sorry, ik ga even snel naar binnen om een bestelling te plaatsen. IK ben meteen weer weg,” zei ik. De meesten haalden hun schouders op. Geen ruzie in de rij voor de dealer, want anders gooit hij alles dicht en dan heeft niemand wat.
Ik gleed naar binnen en die broodjesdealer keek me vragend aan. “Mag ik je nummer broeder? Ik wil je bellen om voor morgen een 30tal broodjes te bestellen.” Ik noemde hem broeder, weet je; de dealer is belangrijk voor een junkie.
Een junkie blijkt echter niet altijd belangrijk te zijn voor een dealer.
“Nee! Ik geef mijn nummer niet uit.”
Ik zeg, “broeder! Maar ehh, nee, ehh. Ik wil alleen maar van je kopen. Ik wil een bestelling plaatsen.”
“IK! GEEF! MIJN! NUMMER! NIET! UIT!” Zie je de klemtoon ook?
Ik keek rond, geschrokken. Word ik gepunked of zo?
Een jonge vent die naast me stond, keek me grijnzend aan, verbaasd, met medelijden, want hij zag mijn verbazing en snapte mijn teleurstelling. Dertig mensen zouden hun fix niet krijgen.
“Deze man wil niet verkopen,” zei ik aan hem.
Hij haalde z’n schouders op en ging er niet op in. “Jouw probleem. Ik ga mijn fix niet in gevaar brengen,” zag ik hem denken. Hij deed een stap naar achteren, weg van mij en mijn probleem
Ik beende de broodjeszaak maar weer uit terwijl ik me afvroeg hoe ik wel mijn broodjes kon krijgen.
Wie kan ik inzetten om hem over te halen om toch aan ons te verkopen?
Misschien moeten we hem gaan rippen?
Niet gedaan toch maar.
Iemand die zijn klanten als bitches behandelt, verdient de inkomsten van zijn klanten niet.
Ja, zelfs de dealer van de beste broodcoke ever hoort zijn junkies een beetje respect te geven.
Ik ga dus daar niet meer naartoe …
… schrijf ik terwijl ontwenningsverschijnselen me ongecontroleerd doen krabben achter m’n rechteroor, onder mijn kin, op mijn elleboog …






