Mijn ballen

Ik heb twee ballen
Daar is niks speciaals aan; veel mannen hebben ballen, denk je
Maar geloof me, de mijne zijn bijzonder.

Ze zijn niet bruin, of zwart of wit, maar hebben hun eigen unieke kleur.
Ze zijn natuurlijk rond. En ze zijn glad en voelen geweldig aan. Net zijde.

Wanneer ik ze aanraak maken ze een hemels geluid; ik geloof echt dat als engelen bestaan, dit is hoe hun stem klinkt.

Er was een tijd dat ik ze vaak aanraakte. Op momenten wanneer ik even rustig m’n gedachten moest vinden, zat ik er dan met mijn hand aan en speelde ik met ze.
Het liefst gebruikte ik mijn rechterhand. Ik kan ze goed rollen tussen mijn handpalm en de voet van mijn vingers. Mijn oogleden werden dan zwaar, mijn ogen vielen dan dicht en ik kwam op die plek waar concentratie en genot elkaar omhelzen.
Dat maakt mijn ballen bijzonder. Dat gevoel dat ze geven, van even wegzweven.
Mijn ballen hebben me door menig druilerige periode heen gesleept. De wetenschap dat ik ze te alle tijde kon pakken en mee kon spelen, gaf me rust. Vertrouwen.

Ik weet nog toen ze daalden bij me.

Het was lang geleden. Ik was in China en was op sleeptouw van een hele lieve dame. Ze kwam ergens uit een afgelegen dorp, ver van Shanghai waar we waren. En ze was genoemd naar een kleine kiezelsteen die alleen in die verre streek voorkwam.
Ze noemde me “Soldier”; ik denk omdat ze nog nooit een grote zwarte man meegemaakt had. Ik denk dat ze me een bruut vond. Die ene dode tand in haar mond stoorde me, maar we konden het heel goed vinden met elkaar en zwierven vaak de stad rond.

Zij had meteen door wat ze waren toen ze mijn ballen zag en ze pakte hen beet. Ze waren net iets te groot voor haar ene hand, dus ze gebruikte beide. En ze keek me aan.

“Die,” zei ze en ze speelde er even mee, met beide handen, op en neer liet ze hen dalen, en liet hen nog net niet los. Ze was een pro.

“Mijn vader heeft me dit geleerd. Hij had er drie en kon heel goed met allemaal tegelijk spelen. En dat deed hij de ganse dag. Ze waren enorm. Groter dan deze. Toen ik klein was liet hij me met een van zijn ballen spelen en later mocht ik met twee in mijn hand. Maar hij zei dat ik nooit drie ballen aan zou kunnen. Hij had gelijk.”

Ze zei dat ik het ook niet moest proberen. “Aan twee heb je genoeg,” zei ze, terwijl ze met m’n ballen jongleerde. Dat geluid dat ze maakten … ik werd er toen al gek van. Ting ting tingg. Ik deed m’n ogen dicht en wilde dat ze niet ophield. Ze schudde haar hoofd. “Jij moet het zelf proberen,” zei ze en ze zette mijn handen op m’n ballen. Ik was meteen verkocht.

Toen ik uit China zou vertrekken, gaf ze me nog wat mee. “Hier. Dit is mijn doosje. Had ik nog van mijn vader liggen. Die heb ik speciaal voor jouw ballen gehaald,” zei ze. Ze pasten er precies in.

Mijn taxi kwam, ze gaf me een knuffel en weg was ik. Ik heb haar nooit meer gesproken, dat Chinese meisje dat naar een kiezelsteen genoemd was. Ze had een broer weet ik nog; haar ouders waren rebel. En zij had me m’n ballen helpen vinden.

Mijn ballen gingen vanaf toen overal met me mee. Als je goed luisterde kon je ze horen ting ting tinggen. Dat rustgevende geluid.

En toen was ik ze heel lang kwijt. Ik ging jarenlang balloos door het leven. Ik miste ze wel, maar ik wilde geen andere. Ik leerde er op den duur dan maar zonder leven. Dat kan. Ballen zijn niet cruciaal. Totdat ik ze ineens weer terugkreeg. Blij dat ik was!

Ik heb ze nu staan op mijn boekenplank op mijn werkkamer, in haar doos, tussen andere prullaria die ik tijdens mijn zwerftochten verzameld heb. Maar mijn ballen nemen een speciale plaats bij me in. Ik pak ze soms nog tevoorschijn en dan rol ik ze tussen de vingers van mijn rechterhand. Dat geluid is nog steeds magisch.

Mijn zoon had ze nog nooit opgemerkt, maar eerder deze week viel haar doosje hem ineens op. Hij pakte het op, schudde er eerst mee, keek erin en glimlachte.

“Pap, je raadt nooit wat er in dit doosje zit … Wat een mooi geluid maken ze.”

(true story)